vrijdag 23 november 2012

Ontdooid

Tot ziens...

Jaren geleden zat ik in de trein, net als ik nu in de trein zit. Met een zwaar gemoed, waarschijnlijk om mijn zoveelste mislukte romance. Sober, afgesloten door de muziek in mijn oren en mezelf wentelend in zelfmedelijden, zoals ik dat zo goed kan. Raar woord trouwens, 'zelfmedelijden'. Alsof je met jezelf mee lijdt. Gewoon, gezellig met z'n twee├źn in je eentje.

Welke tijd van het jaar het was of hoe laat het was weet ik niet meer, maar ik staarde in de duisternis naar buiten, om de boel wat te romantiseren. Ik hoorde een vragend 'Hallo?' naast me. Ik haalde een gitaar uit mijn oor en keek haar aan. Een ietwat alternatief meisje. Ze leek me te oud voor mij. "Mag ik naast je komen zitten?" vroeg ze, veel te vrolijk. "Ja hoor," antwoorde ik en stopte demonstratief mijn oren weer dicht met donkere muziek.

"Kom je van school?" vroeg ze. Met een diepe zucht zette ik mijn muziek af en vertelde haar beknopt waar ik vandaan kwam. Ik had hier helemaal geen zin in. Laat mij toch lekker zielig zijn als ik daar zin in heb. Maar ze bleef doorvragen. "Wat doe je precies?" Zoiets zal het zijn geweest.

Ik gaf antwoorden op haar vragen, luisterde naar wat ze te zeggen had en voordat ik het wist, was de trein bij mijn station. Ik vroeg of ze mij er langs wilde laten en nog net zo vrolijk als een halfuur geleden stond ze voor mij op. "Tot ziens!" riep ze me na, met een toon alsof ze zeker wist dat we elkaar nog eens zouden tegenkomen. Met een brede glimlach en een warm gevoel stapte ik het perron op.

Ze had mijn verzwaarde gemoed verlicht met haar verschrikkelijk blije en vrolijke uitstraling. En hoewel ze soms spontaan mijn gedachten binnendringt, heb ik haar nooit weer gezien. "Tot ziens!" hoor ik haar nog roepen. Tot ziens.